Crisis bij Turks-Griekse grens kan migratiedebat EU juist weer vlot trekken

Europarlementariër Kati Piri (PvdA) bekritiseert in een interview in Trouw zowel ‘chantage’ van Ankara als ‘pr-campagne’ van EU in crisis rond Turks-Griekse grens.

Wat moet er gebeuren met die mensen in dat niemandsland tussen Turkije en Griekenland?

“In ieder geval niet bestoken met waterkanonnen en traangas. Of het nu vluchtelingen zijn of niet: zo ga je niet met mensen om. Deze mensen, die niet uit het oorlogsgebied in het Syrische Idlib komen, moeten gewoon terug naar waar ze vandaan komen. Die zitten al één of twee jaar in Turkije, hadden daar een huis of zaten in een uitzetcentrum. Zij hebben geen enkele reden om bij die grens te staan. Velen zullen mogelijk gedesillusioneerd terugkeren: hun was door Turkije wijsgemaakt dat de grens open was, en dat bleek helemaal niet zo te zijn.

“Je kunt Griekenland niet verplichten om die grens open te zetten, want dan staan er binnen de kortste keren tienduizenden anderen, inclusief Turken die ook weg willen. Er zitten ongetwijfeld echte vluchtelingen tussen die recht hebben op internationale bescherming, maar het is ook weer niet zo dat Turkije momenteel gebombardeerd wordt, in tegenstelling tot Idlib.

“EU-landen verklaren zich nu solidair met Griekenland, de Europese Commissie maakt honderden miljoenen euro’s vrij, maar alleen voor die grensbewaking. Als je écht solidair met Griekenland wilt zijn, moet je naar de eilanden gaan. Daar zitten 42.000 asielzoekers vast, terwijl die kampen een capaciteit hebben van 5000.”

Lees hier de rest van het interview